- Algemeen:
- Contact|
- Voorstelling|
- Syndicale actie
- Projecten:
- Milieu|
- Diversiteit|
- Werkzoekenden
- contact|
- © 2009 ACLVB | webdesign by Mia

Op 16 maart 2010 bracht Minister van Werk en van Gelijke Kansen, Joëlle Milquet een nota uit over het activeringsbeleid van werklozen genaamd “Een meer persoonlijk en efficiënte begeleidingsbeleid voor werkzoekenden.”
Deze nota kwam tot stand ter voorbereiding van de herneming van de gesprekken over een actualisering van het samenwerkingsakkoord door een interkabinetten-werkgroep, samengesteld uit vertegenwoordigers van de federale en regionale ministers van Werk, de leidend ambtenaren van de RVA en de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling. Deze nota is opgesteld uitgaande van de principes van de synthesenota van juli 2008. Daarnaast werd op initiatief van de minister van Werk een interne werkgroep van experts opgericht om nieuwe pistes uit te werken inzake de beschikbaarheid van de werklozen, nadat verschillende vragen waren gesteld over de noodzaak om bepaalde elementen van het plan te wijzigen omwille van de crisis.
De Brusselse Regionale heeft met veel interesse kennis genomen van de nota. In deze nota refereert Minister Milquet naar een akkoord van de leidend ambtenaren. Dit akkoord kan echter in geen geval een akkoord met de sociale partners vervangen. De Brusselse Regionale van het ACLVB herinnert eraan dat deze instelling ressorteert onder het paritair beheer en dat het akkoord van de leidend ambtenaren de positie van de sociale partners niet mag ondermijnen. ACLVB Brussel doet dan ook een oproep naar een overleg met de sociale partners.
De Brusselse Regionale verheugt zich erover dat het afschaffen van de opvolgingsprocedure zoals beschreven in punt 3 blijft bestaan.
De Brusselse Regionale stelt tevens met tevredenheid vast dat er rekening gehouden wordt met de crisis bij de evaluatie in de zoektocht naar werk maar wijst erop dat dit principe in de praktijk actueel niet systematisch gerespecteerd wordt.
Ook de evaluatie door de facilitator naar het volledige zoekgedrag door de werkzoekende blijkt in de praktijk vaak een loutere controle van schriftelijke formele bewijzen.
De Brusselse Regionale van het ACLVB merkt op (punt 1) dat om een verhoging van de werkgelegenheidsgraad en een vermindering van de werkloosheidsgraad te bereiken “de begeleiding en de opvolging van de werkzoekenden te versterken” niet beschouwd mag worden als “de efficiëntste methode”. Het belang ervan is zeker niet te onderschatten maar wij willen erop wijzen dat deze methode het chronisch gebrek aan geschikte arbeidsplaatsen niet zal vervangen.
De Liberale vakbond stelt vast (punt 3) dat een belangrijke wijziging in het activeringsbeleid erin bestaat om het inschakelingstraject volledig in de handen van de werkgelegenheidsadviseur te leggen. In het geval van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dus in de handen van Actiris. De RVA krijgt enkel nog een evaluerende en controlerende functie aangezien zij zelf geen contract meer opstellen met de werkzoekende. Hierbij is het van het grootste belang om te weten of de contracten, opgesteld door Actiris, als geldig en voldoende beschouwd zullen worden door de RVA. Aangezien sancties mogelijk zijn vanaf het eerste onderhoud met de RVA moet deze voorwaarde gegarandeerd worden. Indien niet, is er voor de werkzoekende geen enkele zekerheid meer.
De werkgelegenheidsadviseur krijgt, naast de functie van begeleider in de zoektocht naar werk, een rapporterende functie, gezien hij een verslag moet doorsturen naar de RVA over de manier waarop de werkzoekende de acties, zoals bepaald in het contract, uitgevoerd heeft. Gezien de zware verantwoordelijkheid die deze dubbele functie inhoudt, benadrukt de Brusselse Regionale het belang van een kwaliteitsvolle dienstverlening. De werkgelegenheidsadviseurs moeten zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid, de juiste vormingen gekregen hebben en over de gepaste competenties beschikken. Ook moeten voldoende middelen vrijgemaakt worden om deze aanpassingen te realiseren, zowel wat betreft het budget als het aantal personeelsleden.
De Brusselse Regionale stelt met tevredenheid vast dat de schorsing van de procedure in geval van opleiding (punt 4) wordt versterkt.
De Brusselse Regionale van het ACLVB is verheugd dat een oplossing wordt uitgewerkt voor de werkzoekenden die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt (punt 5). Er moet wel opgemerkt worden dat de MMPP procedure in het Brusselse gewest nog in een initiële fase verkeert en deze nota nog verre van omgezet is in een beleid. De Brusselse Regionale is eveneens verheugd over het feit dat ook “grote problemen inzake sociale aanpassing” in aanmerking komt voor een specifieke procedure.
Betreffende punt 6 vraagt de Liberale vakbond om de woorden “aangeboren handicaps” te schrappen uit de nota, gezien het gebruik hiervan in deze context foutief is.
De Brusselse Regionale gaat akkoord met de procedure voor de 50-plussers, de procedure voor de langdurig werklozen die een positieve evaluatie krijgen, de aanpak tegen absenteïsme bij onderhouden (zowel bij Actiris als bij de RVA) en een gelijke behandeling voor deeltijdse werknemers die vaak onterecht rechten verliezen en onnodig gesanctioneerd worden.
De problematiek betreffende de transfers naar de OCMW’s moet zeker nauwlettend gevolgd worden. Het ACLVB geeft in elk geval voorkeur aan een systeem waarbij zoveel mogelijk mensen onder de sociale zekerheid vallen en het OCMW slechts een laatste vangnet vormt.
De Brusselse Regionale heeft met veel interesse akte genomen van deze nota die het huidige activeringsbeleid op bepaalde vlakken kan verbeteren. Het ACLVB legt echter de nadruk op de hierboven aangehaalde bemerkingen. Indien er meer verwacht wordt van de gewestelijke werkgelegenheidsdiensten moet dit gepaard gaan met de nodige middelen zodat zij hun opdracht volgens de verwachtingen kunnen vervullen, zowel kwantitatief als kwalitatief.
Het is van fundamenteel belang dat de sociale partners geïnformeerd en geconsulteerd worden in het verder verloop van dit dossier.